vrijdag 16 augustus 2013

Een wonderlijke Chriet Titulaer over de Toekomst van Toen


In de jaren tachtig was Chriet Titulaer hét icoon van wetenschappelijke vooruitgang. Titulaer, die vanwege zijn snorloze baard de man met het omkeerbare hoofd werd genoemd, toonde ons elke week in het Trosprogramma Wondere Wereld die nieuwste snufjes uit Japan. Hij was initiator van het Huis en Kantoor van de Toekomst en schreef boeken als “De micro-elektronica revolutie” en “Welkom in het Jaar 2000”. Wie beter dan Chriet Titulaer om te vragen naar de toekomst van toen?

Zijn werkkamer in zijn huis in Houten staat vol met ooit hypermoderne apparaten. Een vitrine kast huist een van de eerste chips met slechts tien transistors, bij de deur staat de robot Topo, in een hoek een model van de raket van Kuifje, en op een kastje een oude Apple computer. Aan de muur hangen vele afbeeldingen van de kosmos, de eerste liefde van Titulaer.
‘Het jaar 2000 heeft geen enkele betekenis,’ zegt Titulaer nu. ‘Het was gewoon een getal, meer niet.’ Ondanks dat hij in de titels van zijn boeken refereerde aan het millennium, wil hij de symbolische waarde niet erkennen. ‘Misschien dat ik daar aan refereerde, maar dat weet ik niet meer.’
Titulaer lijkt er weinig zin meer in te hebben. Zijn meest voorkomende antwoorden zijn: ‘Dat heb ik me nooit afgevraagd’, ‘Dat interesseerde me niet’ en ‘Daar hield ik me niet mee bezig.’

Wondere Wereld was een begrip, had u dat voorzien?
Daar hield ik me niet mee bezig.
De kijkcijfers interesseerde u niet?
Helemaal niet. Ik maakte gewoon een programma en dat ze konden uitzenden.’
Waarom maakte u het?
‘Ik deed het voor mezelf, want daardoor kon ik al mijn buitenlandse reizen betalen en had ik telkens het laatste nieuws.’
U stond bekend als de nationale gids voor de toekomst. Is het moeilijk om de toekomst te voorspellen?
‘Nou, ik had er erg veel jaren studie aan besteed, dan lukt het wel.’
Bent u nog bezig hoe de toekomst eruit ziet?
‘Ja, heel erg.’

Tituaer vindt niet dat er de laatste dertig jaar veel veranderd is.
‘Kijk naar deze kamer. Deze kamer was er vijftig jaar geleden ook. En nu is alleen de rails boven de ramen nieuw en er is dubbelglas. En dat zie je niet, want daar kijk je doorheen. De muur is nog hetzelfde, de kast is nog hetzelfde. Wat is er veranderd?
U vindt niet dat er op het gebied van techniek geen ingrijpende veranderingen zijn geweest?
‘Er staat nu een computer en vroeger een typemachine.’
Is dat een wezenlijke verandering?
‘Voor de computerfabrikanten, maar eigenlijk voor niemand anders.’
Heeft vooruitgang nut?
‘Zeker, want ik kan nu het suikergehalte meten met een microchip. Dat is heel zinnig. Maar het is moeilijk de punten te definiëren waar het zin heeft.’

Een van de mooiste uitvindingen is volgens Titulaer het biometaal. Hij noemt de beha waarvan de cup zich verstevigd door de temperatuur van het lichaam. Als de beha wordt afgedaan wordt ie slap. Toch is deze uitvinding nooit doorgebroken in Nederland. Titulaer weet waarom
‘In Japan kun je geen andere krijgen, maar Nederland is er te klein voor. De man die in Nederland de rechten bezit, is met een rijke vrouw getrouwd en doet er niets mee.’
Zijn er andere producten waarvan u had verwacht dat ze gemeengoed zouden zijn?
‘De beeldtelefoon. Die is er nog niet.’
Hoe komt dat?
‘Dat ligt voornamelijk aan de prijs. Je kunt hem zo bestellen bij de PTT, maar de beeldtelefoon is veel te duur. Ik heb er een, maar gebruik ’m niet. Ik kan met een Japanner bellen, maar de lol is eraf.’
Met internet en een webcam kun je toch hetzelfde doen?
‘Het oplossend vermogen is veel minder hoog.’
Ik moet u zeggen dat ik met mijn breedbandconnectie heel prima beeld kan ontvangen.
‘Dan ben je gauw tevreden.’

Titulaer, die een isdn-verbinding heeft, heeft nogal een tegendraadse mening over het internet. Via een onconventionele redenering probeert hij het failliet van internet aan te tonen.
‘Kijk naar Japan, dat is het voorbeeld van een land met uitvinders. In Japan zijn er talloze bedrijfjes, die alleen in het Japans hebben gepubliceerd. Van de honderd bedrijfjes gaan er 98 failliet en twee redden het. Die worden door Sony opgekocht en onder de naam Sony op de markt gebracht. Maar dat heeft met Sony, die wel op internet zit, niks te maken.’
En uw punt is?
‘Dat je interesse moet hebben in die honderd bedrijven die Sony opkocht. Die honderd bedrijven zitten niet op internet.’
En?
‘Dat maakt internet verouderd.’
Is er een alternatief?
‘Ja, de Japanse literatuur.’
Dus als je geen Japans leest?
‘Dat is heel triest.’
Dus het merendeel van de wereldbevolking is heel triest?
‘Zo zou je het kunnen zeggen. Maar in een groot bedrijf met duizend mensen, heb je maar één man nodig die Japans kan lezen. Die scant dan al die artikelen.’

Titulaer beweert dat internet alleen betaalbaar is voor grote bedrijven. Kleine bedrijven zijn onvindbaar op het wereld wijde web, zegt hij.
‘In Houten zit geen enkel bedrijf op internet en Houten heeft heel veel bedrijven.
U bedoelt dat ze geen homepage hebben?
‘Ze zitten er gewoon niet op. Alleen grote bedrijven hebben budget vrijgemaakt voor internet en het kost hun alleen maar geld.’
Talloze kleine bedrijfjes hebben hun eigen site. U bedoelt dat u de bakker op de hoek niet op internet kunt vinden?
‘Nee, geen enkel bedrijf in Houten staat er op.’

Korte zoekacties in Google en www.telefoongids.nl leveren weliswaar andere resultaten op, maar vooruit. Volgende onderwerp. Wordt het nog wat met de huisrobot? Titulaer toonde in zijn programma regelmatig het rollende wonder Topo.
‘Topo beweegt nu niet meer, want hij werd met een Apple 2 aangestuurd. Die Apple 2 is nu bij wijze van spreke in Joegoslavië. Maar als je er weer een Apple 2 zou neerzetten zou hij het doen.’
Wat was het nut van Topo?
‘Je kon hem opdrachten geven vanuit de computer. Dat was een heel aardige toepassing. Hij kon lopen, praten, lachen en zwaaien.’
Het was eigenlijk een stuk speelgoed.
‘Of het speelgoed was of niet, dat interesseerde me niet.’
Het gebruik van huisrobots is niet echt doorgebroken, vindt u wel?
‘Topo werd geïmporteerd en die fabriek is nu failliet.’
Dacht u dat er meer robots in het gezin zouden worden gebruikt?
‘Voor bepaalde functies is dat ook zo. De stofzuiger is gewoon een robot.’
En wat betreft zelfstandige op mensen gelijkende robots?
‘Die zullen er nooit komen.’
Houdt u van sf-literatuur etc?
‘Ja, als het maar realistisch is.’
Kunt u een voorbeeld noemen?
‘De boeken van Isaac Asimov bijvoorbeeld.’
De auteur van Ik, Robot. Vindt u dat hij een realistische toekomst schetst?
‘Heel realistisch.’
Maar daarin komt heel duidelijk de robot naar voren als een zelfstandig opererende entiteit in dienst van de mens. U zei net dat u niet in geloofde dat zoiets ooit zou komen.
‘Niet dat het er snel zou komen. Pas op de heel lange duur.’
Zou u dat willen meemaken?
‘Ach, dat interesseert me niet zo.’

Naschrift van auteur Jasper Westerhof: Dit artikel is geschreven in 2004 voor het inmiddels ter ziele gegane gadgettijdschrift Mjoy. Het betrof een themanummer over de toekomst.

De rest van het artikel was een korte beschouwing en een interview met KIJK-hoofdredacteur Hans Waleveld. De moeite waard.

De Toekomst van Toen

De toekomst: kilometers hoge flatgebouwen, overdekt door enorme glazen koepels, omcirkelt door vliegende auto’s. Monorails, huisrobots en drijvende steden. Maar naarmate het jaar 2000 dichterbij kwam, hoe minder utopisch de toekomst eruit zag. Was de toekomst van vroeger niet veel spannender? Mjoy sprak met twee experts van de toekomst van toen. Hans Waleveld, oud-hoofdredacteur van de Kijk, en Chriet Titulaer, gids van de wondere wereld.

De websites www.year2000.com and www.y2k.gov staan er nu treurig bij. Maar vier jaar geleden schetsten deze toen veelbezochte sites de gevaren van de millenniumbug. Ook de kranten, radio en tv preekten hel en verdoemenis. Het door computers geregelde maatschappelijke leven zou volledig ontwricht worden, omdat de computers, die de jaren in slechts twee cijfers telden, het jaar 2000 niet zouden herkennen. Oma’s van 104 zouden worden opgeroepen voor kleuterschool en schuldenaars zouden opeens een eeuw rente moeten betalen. Het was de laatste stuiptrekking, de laatste hype van deze magische grens die de toekomst heette.
Het jaar 2000 had een enorme symbolische waarde. Niet alleen geloofde hele volksstammen dat de Messias op deze datum op aarde zou terugkeren, of dat de Apocalyps aanstaande was, ook de nuchteren onder ons keken met soms onverholen opwinding naar ‘the big 2K’.
Hoe verder terug in de vorige eeuw, hoe fantastischer het jaar 2000 moest zijn. In 1900 gaf een Duitse chocoladefabrikant bij elke reep een afbeelding uit van het jaar 2000. Boeken zouden worden vermalen in een machine, die alle kennis direct zou doorseinen in de hoofden van de scholieren. Mannen en vrouwen zouden door de lucht vliegen met houten vleugels op de rug. Havens zouden overbodig worden, omdat stoomlocomotieven zonder problemen onder water konden rijden. Het jaar 2000 zou een prachtig jaar worden.
Het is grappig om te zien hoe de toekomst wordt voorspeld met behulp van de kennis en techniek van die tijd. In 1900 zou het nog drie jaar duren voor de broers Orville en Wilbur Wright het allereerste vliegtuig zouden bouwen. De tekenaar van de chocoladewikkels fantaseerde dat de mensen zouden vliegen met behulp van grote aanbindvleugels voor op de rug. De stoomtrein, weliswaar zeer geavanceerd en met onderwater mogelijkheden, zou in het jaar 2000 nog steeds volop rijden. En de waterfiets leek op een velocipède.
Het is erg makkelijk om te lachen om het naïeve toekomstbeeld van de vorige eeuwwisselaars. Maar foutieve voorspellingen van de toekomst zijn van alle tijden. Zo beschreef een science fiction verhalenbundel uit de jaren zestig of zeventig hoe in het jaar 2050 computers werden bediend door zeer complexe, met goud beklede ponskaarten. Ponskaarten? Voordat het woord RAM meer betekende dan een dier met twee horens, gebruikte men in de jaren zestig geperforeerde kaarten om data op te slaan. Deze ponskaarten fungeerden op ongeveer dezelfde wijze als het kartonnen boek dat door een draaiorgel gaat. De schrijver van het sf-verhaal had geen idee dat de ponskaart snel op de zolder van kortlevende uitvindingen zou verdwijnen. Hij werd beperkt door de techniek en kennis van dat moment.
Ook nu worden ongetwijfeld films gemaakt en boeken geschreven over de toekomst, die over tien of twintig jaar knullig en achterhaald zijn.

Hans Waleveld: ‘De toekomst zit tegenwoordig in de games.’

Hans Waleveld was vanaf 1979 hoofdredacteur van het populair wetenschappelijk magazine Kijk. Hij volgde gedurende de jaren tachtig en negentig de technologische ontwikkelingen op de voet.

Het jaar 2000.
‘Jaaa, er gingen geweldige dingen gebeuren in 2000. Het jaar 2000 betekende vooruitgang. Het was een kapstok waar we onze toekomstvoorspellingen aan konden hangen.’
Het jaar 2000 is voorbij. Denkt u dat het ontbreken van zo’n jaartal de sjeu uit de toekomst heeft gehaald?
‘Dat zou best kunnen. Tweeduizend was een soort wenkend perspectief. Drieduizend is te ver weg en 2100 stelt niks voor. Toen het jaar 2000 steeds dichter naderde hebben we ons bij Kijk gerealiseerd dat we daar niet meer mee aan konden komen. Dan probeerden we het met 2025, maar dat heeft toch niet dezelfde charme.’
Waarom waren visies op de toekomst altijd enorme futuristische steden, met buizenstelsels, grote glazen koepels en vliegende auto’s?
‘Het waren tamelijk fascistoïde dromerijen. Perfecte maatschappijen met grote, megalomane steden. Het waren vreemd genoeg nooit wuivende bossen.’
Dat lijkt meer op het paradijs van de Jehova’s.
‘Zou kunnen. Je ideaalbeeld wordt bepaald door je interesse. Voor een jazzmuzikant is het misschien een rokerige kroeg. Die toekomsttekeningen kwamen voort uit de fantasieën van mensen met een technische belangstelling. Vanaf de jaren zestig waren dergelijke toekomstbeelden sterk in opkomst. In de tekenfilm The Jetsons (een soort Flintstones in space uit 1962, jw) zag je iedereen in hoge torens wonen en met vliegende auto’s rondzoeven. Dat beeld werd gevoed door NASA, die een enorm grote output had van allerlei grote ruimtevaartprojecten. Er werd veel buiten de eigen dampkring gekeken.’
En op aarde?
‘Ook dat kon niet gek genoeg zijn. Het was een tijd waarin het ene na het andere grote project van de tekentafel rolde. De tunnel tussen Europa en Noord-Afrika, bijvoorbeeld. Complete drijvende steden in het IJsselmeer. Een recent woest plan was afkomstig van een Utrechtse hoogleraar, die had bedacht hoe je Nederland kon opkrikken, door zuur in de ondergrondse kalklaag stoppen. Door uitzetting zou Nederland boven de zeespiegel komen en niet langer hoeven te vrezen voor dijkdoorbraken. Op zich een heel lovende gedachte, maar er zijn natuurlijke praktische bezwaren.’
Waarom zijn die wilde ideeën minder geworden?
‘De ruimtevaart is min of meer doodgebloed. Als men na de wandeling op de maan op Mars had rondgehuppeld, dan zou die vooruitgangsgedachte voldoende voeding hebben gekregen. Maar het werd gepruts met kleine satellieten. Heel nuttig, hoor, maar niet echt spannend voor de gewone man. Het avontuur was er uit. Een tweede aspect is dat de wetenschap zich steeds meer ging richten op miniaturisering. Maar hoe laat je zien hoe een chip werkt met honderd miljoen schakelingen? De derde verklaring, en dat is niet de onbelangrijkste, is de opkomst van de gamescultuur. Zoals ik vroeger verlekkerd kon kijken naar prachtige artist impressions van een basis op Mars, zo vinden jongeren nu hun fantasie in computerspellen. En dat biedt veel meer, want je zit er midden in.’
Wat waren twintig tot dertig jaar geleden de grootste misvattingen over de toekomst?
‘Op basis van die verwachtingen zouden we nu toch wel in de waterstofeconomie moeten zitten. Geenzins, dus. Aan de andere kant heeft de Club van Rome (die in1968 voorspelde dat we aan de grenzen van groei en consumptie zaten, jw) ook ongelijk gekregen. Maar het is bijna ondoenlijk om te voorspellen wat het wel wordt. Een grappig verhaal: begin jaren tachtig kwam een vertegenwoordiger van Philips ons de beeldplaat demonstreren, een soort grote voorloper van de dvd. Een van mijn collega’s stelde de vraag wanneer die techniek zouden worden toegepast bij muziek. De man van Philips zei stellig daar niet aan te beginnen. Dat was verspilde moeite. Dat, terwijl de cd een van de grootste successen is van de laatste twintig jaar.’
Sommige toekomstdromen komen daarentegen absoluut niet van de grond. Waar blijft toch die huisrobot?
‘Een robot werkt alleen als zijn omgeving een vaste, programeerbare vorm heeft. Er zijn nu robots die het gras kunnen maaien, maar denk niet dat je die op elke tuin kunt los laten. Erg creatief zijn ze niet.’
Waren vroeger de verwachtingen van de computer niet veel hoger? Kunstmatige intelligentie leek om de hoek te liggen.
‘Naarmate we meer weten van een bepaalde technologie, worden de dromen kleiner. Toen computers net in opkomst waren, leken de mogelijkheden onbegrensd. En hoewel  de chip zich veel sneller heeft ontwikkeld dan voorzien, worden de grenzen ervan steeds duidelijker. Snel rekenen staat niet gelijk aan kunstmatige intelligentie.’
Komen er nieuwe dromen voor in de plaats?
'Ja hoor. Klonen bijvoorbeeld. Men ziet bepaalde gevaren, maar wat die gevaren zijn weten we pas als we daadwerkelijk een mens klonen. Daarom spreekt het nu zo tot de verbeelding, júíst omdat we het niet weten.’
Wat is volgens u een recente doorbraak in de technologie?
‘De vlucht die mobiele telefonie en sms heeft genomen, hebben weinig mensen durven voorspellen. Een andere ontwikkeling is navigatie door middel van global positioning systeem. En nu zie je dat die twee werelden in elkaar schuiven. Sommigen vinden dat een benauwende gedachte, maar feit is dat niemand weet wat de toekomst brengt.’
U bent niet bang voor een wereld als in de Terminator-films, waar de mens strijd tegen de machines?
‘Dat is een moderne versie van de Golem-mythe  (De Golem was een slaaf, door een Praagse rabbi uit modder gecreëerd, die zich tegen zijn maker keerde.) Elke nieuwe technologische ontwikkeling krijgt zijn eigen versie van de Golem. Zoals het monster van Frankenstein en de Terminator. Het is een legende zo oud als de mensheid. Ik zal je dìt voorspellen: die mythe zal nooit verdwijnen.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen